Doorbreek de blokkades voor het oplossen van wereldwijde problemen
 

We hebben de macht om de wereld te verbeteren nu al in handen.

Simpol-oprichter John Bunzl over de denkwijze en de waarden waarop Simpol gebaseerd is:

 

Gewone mensen over de hele wereld, mensen als u en ik, maken zich zorgen over mondiale problemen, zoals: 

  • klimaatsverandering,
  • financiële crises,
  • vervuiling,
  • dreigende energietekorten,

maar we voelen ons machteloos om deze grote, wereldwijde problemen aan te pakken.

En onze pogingen om politici tot substantiële actie aan te zetten lijken ook zinloos. Toch durf ik te beweren dat we de macht om dit alles om te keren al in handen hebben, we moeten ons er alleen maar bewust van worden.

Wij—tenminste degenen onder ons die in een democratie leven—beschikken de over de macht die vereist is om onze politici aan te zetten tot implementatie van een beleid dat de mondiale problemen radicaal aanpakt.

 

Om ons van deze macht bewust te worden moeten we echter enkele denkfouten in kaart brengen, die ons ervan weerhouden die macht te zien.

We worden niet zozeer belemmerd door corrupte en blinde politici of door hebzuchtige bedrijven, noch door de “money masters”—de private banken. Onze enige belemmering is de muur van onjuiste overtuigingen die we in onze harten en hoofden opgebouwd hebben.

 

De eerste misvatting is de aanname dat politici de macht hebben om de veranderingen door te voeren die vereist zijn om de wereld op een rechtvaardig en duurzaam pad te brengen.

We geloven ongetwijfeld dat onze politici deze macht hebben, want anders zouden we niet zoveel tijd spenderen aan actievoeren en lobbyen om hen ertoe te verleiden, hun beleid te veranderen.

We lobbyen en protesteren omdat we denken dat ze die macht hebben—maar die hebben ze niet, tenminste niet zoveel als we denken, en zeker minder dan vereist is om mondiale problemen op te lossen.

Hoe is dit mogeljk? Hun gebrek aan macht komt doordat kapitaal en bedrijven de nationale grenzen overschrijden, waarmee ze bepalen welke landen inverteringen en banen krijgen, en welke deze verliezen.

Omdat politici geen keuze hebben behalve beleid te implementeren dat is ontworpen om kapitaal aan te trekken of te behouden zodat werkgelegenheid en de concurrentiepositie worden behouden, is het niet moeilijk om te snappen waarom ze zich aleen beperken tot het implementeren van beleid dat de rijken, grote ondernemingen en bankieren voortrekt, ten koste van gerechtigheid en het milieu.

Lobbyen bij politici is dus niet bijster productief. Want elke natie die onze eisen unilateraal zou toepassen, dreigt haar economische concurrentiepositie te verslechteren, wat zou leiden tot verlies van kapitaal, werkloosheid, enzovoort.

Kort gezegd: het uitvoeren van wat wij eisen dient het nationaal belang (internationaal concurreren) niet. Dus waarom blijven we het dan toch eisen? Er moet duidelijk iets mis zijn met onze manier van denken.

 

 

Onze tweede misvatting is dat het bovenstaand probleem dan wel de fout móét zijn van de rijken of de bedrijven die hun kapitaal zo makkelijk rondsluizen.

Natuurlijk valt onethisch of hebzuchtig gedrag niet te verdedigen, maar we dienen ons wel te realiseren dat zij in het algemeen doen wat ze doen, omdat als ze het niet doen, dat zou betekenen dat een ander bedrijf het wel doet. 

Als bedrijven ethisch zouden handelen of geen gebruik zouden maken van landen met minder regulering en lagere belastingen, zouden ze verliezen ten opzichte van concurrenten die minder scrupules hebben. Het is dus niet moeilijk om te zien waarom ze zich vaak niet gedragen zoals we zouden willen.

Het is terecht om slecht ondernemerschap te ontmaskeren, maar waarom blijven we bedrijven de schuld geven als duidelijk blijkt dat hun gedrag slechts de natuurlijke consequentie is van het gebrek aan een genivelleerd speelveld van mondiaal bindende regels? Er moet wederom iets mis zijn met onze manier van kijken.

 

Bovendien leiden deze twee misvattingen tot tegenstrijdig denken, zoals de aanname dat vrije handel onze vijand is.

Op een recent evenement rond rechtvaardige handel bijvoorbeeld, waren de aanwezige vertegenwoordigers teleurgesteld dat een onderzoek tijdens de campagne Make Poverty History aantoonde dat haar campagnevoerders niet konden uitleggen wat rechtvaardige handel precies betekende.

Toen gaf een vertegenwoordiger van een grote NGO zijn eigen antwoord door te stellen: “We zijn tegen vrije handel en voor protectionisme, maar enkel onder bepaalde omstandigheden”.

Maar hij zag de inherente contradictie niet in, dat wie enkel in uitzonderingsgevallen voor protectionisme is, logischerwijze in alle andere gevallen voor vrije handel moet zijn!

Wat deze vertegenwoordiger en veel van zijn collega's niet inzien, is dat hun echte vijand niet de vrije handel op zich is, maar dat vrije handel plaatsvindt

  • zonder toereikende wereldwijde reguleringen op maatschappelijk en milieugebied,
  • zonder enige herdistributie van rijkdom voorbij nationale grenzen, en
  • zonder toereikende transnationale handhaving.

Onze vijand dus niet de vrije handel. Onze vijand is het gebrek aan effectieve mondiale regels en bestuur. En als de leiders van onze beweging de echte vijand niet accuraat kunnen identificeren, dan hoeven we ons er niet over te verbazen dat burgers niet kunnen definiëren wat rechtvaardige handel betekent.

 

Maar nog dieper dan deze valse overtuigingen zijn de valse muren die we in ons hart bouwen. Ze zijn de oorsprong van de hierboven beschreven misvattingen waar we hardnekkig aan vasthouden omdat ze ons toestaan om anderen te beschuldigen, beschamen en over mensen te klagen. Ze geven ons een gevoel van superioriteit, als actievoerende strijders die moedig hun stem verheffen om de wereld te verbeteren!

Maar hoewel het belangrijk is om bewustzijn te genereren over mondiale misstanden, het kan niet goed zijn om mensen te beschuldigen die er niet echt verantwoordelijk voor zijn. Als wij in hun schoenen zouden staan, zouden de mondiale economische krachten vereisen dat we ons op praktisch dezelfde manier als zij gedragen.

Misschien zei Gandhi daarom:

“Het is zeer passend om een systeem te weerstaan en aan te vallen, maar het tegenwerken of aanvallen van de auteur van dat systeem is hetzelfde als het tegenwerken en aanvallen van jezelf. Want we zitten allemaal in hetzelfde bootje, zijn allemaal kinderen van één en dezelfde Schepper, en als zodanig zijn de heilige machten in ons onbeperkt. Minachting voor één mens komt neer op minachting van die heilige machten, en kwetst dus niet alleen dat individu maar met hem ook de hele wereld[1]”.

Als we de wereld willen helpen, dienen we het grotendeels ongereguleerd mondiaal marktsysteem als onze ware vijand te herkennen — die we moeten weerstaan en aanvallen — en niet individuele personen, bedrijven of handelsstromen die erin actief zijn.

We moeten ons realiseren dat we allemaal, op de één of andere manier, in dit systeem gevangen zijn. Hieruit volgt dat hoewel niemand van ons de schuld draagt, wij allen samen zelf de verantwoordelijkheid moeten opnemen om dat systeem te veranderen.

Wanneer we ermee ophouden elkaar de schuld te geven, en we de muren van de misvattingen in onze harten afbreken, openen we onszelf voor de waarheid dat diegenen waarvan we oprecht geloofden dat ze in de fout waren dat in feite niet zijn.

Onze harten openen zich dan zonder discriminatie of terughoudendheid en voor de hele wereld. Want hoe anders zouden we in staat zijn om goed te doen voor de wereld?

Want hoe kunnen we anders in staat zijn om iets goeds te doen voor de wereld? Hoe kunnen we anders een ruimte scheppen die vrij is van oordelen, en open staat voor iedereen – de vergevende ruimte die nodig is om onze gezamenlijke zoektocht naar een ware oplossing voor onze mondiale problemen?

Dit betekent natuurlijk niet dat we onze huidige inspanningen moeten stoppen. Maar wel dat we de beperkingen ervan moeten inzien, en ons moeten realiseren dat we een benadering moeten ontwikkelen die meer mondiaal is, vrijer van oordelen, waarachtiger, en inclusiever is.

 

 

Wat zijn de criteria voor het ontwerp van een dergelijke benadering?

1. Als het vrije verkeer van kapitaal en bedrijven een mondiaal fenomeen is, dan moet onze eerste deductie eruit bestaan,dat enkel een echt mondiale oplossing toereikend is.

2. En gezien het gebrek aan initiatief door regeringen ontstaat door hun angst om banen en investeringen te verliezen, volgt dat oplossingen simultaan door landen geïmplementeerd moet worden om die angst te vermijden.

Wanneer alle of genoeg landen simultaan optreden hoeft geen enkel land, bedrijf, of burger benadeeld te worden ten opzichte van de anderen:  wereldwijd en simultaan, en iedereen wint.

3. Omdat dominante naties mondiale samenwerking zouden kunnen waarnemen als niet in hun voordeel en zouden kunnen proberen om te profiteren ten koste van anderen, en het proces kunnen saboteren, moet onze oplossing burgers de macht geven om hun regeringen aan te zetten tot samenwerking.

Dus onze oplossing moet niet alleen mondiaal en simultaan zijn, maar ook gedreven door burgers.

4. En opdat burgers hierin de drijvende kracht zijn, in staat om politici tot globale samenwerking aan te zetten, moet de oplossing hen de mogelijkheid bieden om politici te beïnvloeden op een democratische, legale, en bindende manier.

Het moet dus functioneren via bestaande kiessystemen, maar op een manier die volledig nieuw is, die trans-nationale dekking heeft, en partij-politiek overstijgt.

 

Utopie of realiteit?

Sinds enkele jaren heeft een klein aantal burgers, voornamelijk in het Verenigd Koninkrijk, een mondiale oplossing uitgetest die aan alle bovenstaande criteria voldoet.

In de loop van vier nationale verkiezingen (2001, 2005, 2010 en 2015) slaagden ze erin om 30 leden van hun parlement en honderden verkiesbare kandidaten uit alle belangrijke politieke partijen over te halen om de belofte te ondertekenen dat ze simultaan met andere regeringen een mondiaal pakket van maatregelen zullen implementeren.

In sommige kiesdistricten van het Verenigd Koninkrijk ondertekenden meerdere kandidaten de belofte, wat er op neerkomt dat de campagne in het parlement zou zetelen ongeacht welke kandidaat uiteindelijk won.

Dit toont aan dat de Simpol campagne partij-politieke scheidslijnen overstijgt, met een mondiaal concept. Één sympathiserend politicus, Lembit Opik, observeerde daarover het volgende:

“We leven allemaal op ditzelfde moment samen op deze kleine planeet. Er zijn enkele zaken die we allemaal samen moeten doen, op hetzelfde moment, op diezelfde kleine planeet.”

 

Hoe kan Simpol zo effectief zijn?

Hoe kon een relatief klein aantal burgers zo'n groot resultaat bereiken op zo'n korte tijd? Het antwoord ligt in de ontdekking van een nieuwe en krachtige manier om hun stem te gebruiken.

Ze doen dit door aan alle politici duidelijk te maken dat ze bij alle komende verkiezingen voor welke politicus of partij dan ook zullen stemmen — binnen redelijke grenzen — die belooft om het beleidspakket van de campagne simultaan met andere regeringen te implementeren.

Of, indien ze een voorkeurspartij hebben, moedigen ze hun favoriete politica of partij aan om de belofte te ondertekenen.

Op deze manier behouden sympathisanten het recht om te stemmen zoals ze willen, maar ze maken ook aan politici duidelijk dat ze een sterke voorkeur geven aan kandidaten die de belofte ondertekenen, met uitsluiting van hen die dit niet doen.

Dus politici die ondertekenen trekken deze stemmen aan, terwijl ze tegelijk geen risico nemen, aangezien het beleidspakket pas geïmplementeerd wordt wanneer voldoende regeringen over de hele wereld het ook ondertekenen.

Maar politici die de belofte niet ondertekenen riskeren stemmen te verliezen aan hun politieke tegenstanders die dit wel doen, waardoor ze het gevaar lopen een voorheen behaalde zetel te verliezen, of een volgende mis te lopen.

Aangezien veel parlementaire zetels en zelfs volledige verkiezingen dikwijls maar van een klein aantal stemmen afhangt, is een relatief klein aantal supporters van de campagne voldoende om politici het vitale belang van het ondertekenen van de belofte te doen inzien.

Hierin ligt dus de macht die burgers nu al hebben, zelfs in dominante landen als de VS, om te verzekeren dat hun regeringen zich bij de campagne aansluiten en gaan samenwerken.

Dankzij deze nieuwe manier van stemmen hebben niet alleen vele politici uit het Verenigd Koninkrijk zich aangesloten; ook enkele leden van de Europese, Australische, en andere parlementen hebben de stap gezet.

De campagne kan rekenen op de steun van sympathisanten uit meer dan 100 landen. Deze zijn zichzelf aan het organiseren om het project verder te internationaliseren.

Zodra er voldoende steun is van politici, zullen sympathiserende burgers uitgenodigd worden om aan het globale proces deel te nemen, om zodoende — eventueel met de hulp van uitgekozen onafhankelijke experts — stap voor stap de beleidsstukken te ontwikkelen die in het mondiale beleidspakket van de campagne niet mogen ontbreken.

Zo wordt verzekerd dat het te implementeren beleid democratisch ontwikkeld wordt, mondiaal inclusief is, afgestemd op de behoeftes van elk land, en dat het proces open en flexibel blijft.

Veel ngo's en andere campagnevoerders hebben goed doordachte globale beleidsinstrumenten ontwikkeld om met klimaatverandering, olieschaarste, en andere problemen om te gaan. Maar waar ze niet over beschikken is een effectief politiek werkmiddel om deze instrumenten in een geglobaliseerde wereld geïmplementeerd te krijgen.

Daarom zien ze dit soort campagnes meer en meer als hét instrument om politici en naties wereldwijd tot coöperatie en implementatie aan te zetten.

Ze zien steeds meer in dat politici de unilaterale macht niet hebben om de globale problemen substantieel aan te pakken, en dat burgers logischerwijze de leiding moeten nemen, zowel in de ontwikkeling van het toekomstige beleid, als in het gebruik van de macht van hun collectieve stem om politici over te halen tot het simultaan implementeren daarvan.

Dus, we hebben de macht om een betere wereld te creëren al in handen — we moeten ons er enkel bewust van worden. 

Onze campagne heet de campagne voor Simultaan Beleid (of Simpol, kort voor Simultaneous Policy). Zoals Lembit Opik na zijn eerste opmerking vervolgde:

“De dwingende logica van Simpol is in feite collectief gezond verstand — het is een campagne om te ontdekken wat gezond verstand werkelijk is!”

Nu mondiale problemen overal de pan uit rijzen, is het niet de hoogste tijd dat iedereen te weten komt hoe de vork in de steel zit en hoe ze hun steentje kunnen bijdragen?

Wordt het geen tijd dat jij je misvattingen laat varen en je hart opent naar de wereld?

Wordt het geen tijd dat we allemaal samen ontdekken, zoals Gandhi het stelde, dat de “heilige krachten binnen ons oneindig zijn”?

 


John Bunzl
Founder, International Simultaneous Policy Organisation (ISPO)
December, 2008 (Updated, April 2012).

naar boven

[1] M.K. Gandhi, An Autobiography, Navajivan Publishing House, Ahmedabad, 1927, 1929.